Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.
  • Cognitieve en emotionele gevolgen van COVID-19

    Cognitieve en emotionele gevolgen van COVID-19

    COVID-19 kan bij sommige patiënten tot langdurige fysieke, cognitieve en emotionele klachten leiden. Uit studies is gebleken dat de klachten niet alleen voorkomen bij patiënten die met een ernstige infectie zijn opgenomen in het ziekenhuis, maar ook na milde of matige infectie waarvoor geen ziekenhuisopname nodig was. In samenwerking met het EHL, onderzoeken wij welke patiënten na een milde of matige infectie vastlopen in het dagelijks leven en worden verwezen door de huisarts naar een COVID-19 nazorg poli. Verder onderzoeken wij welke factoren een rol spelen in het ontwikkelen van langdurige emotionele en cognitieve klachten na COVID-19.
    Contactpersoon: Gisela Claessens (gclaessens@viecuri.nl)

  • Prikkelgevoeligheid en relaties tot aandacht, persoonlijkheid en emotie

    Prikkelgevoeligheid en relaties tot aandacht, persoonlijkheid en emotie

    Ondanks dat overprikkeling een veel gerapporteerde klacht na hersenletsel is, is er weinig informatie over de onderliggende mechanismen of factoren die aan deze overprikkeling bijdragen. Vandaar dat dit project zich focust op het identificeren van factoren die bijdragen aan de mate waarin iemand prikkelgevoeligheid ervaart. Deze studie test de algemene populatie en kijkt daarbij naar factoren als aandacht, persoonlijkheid en emotie. Deze resultaten zullen vervolgens worden toegepast op een hersenletsel groep.
    Contactpersoon: Marilien Marzolla (m.marzolla@maastrichtuniversity.nl)

  • Prikkelverwerking na licht traumatisch hersenletsel bij kinderen en adolescenten

    Prikkelverwerking na licht traumatisch hersenletsel bij kinderen en adolescenten

    Verschillende cognitieve problemen kunnen optreden na een (licht) traumatisch hersenletsel bij kinderen en adolescenten. Echter is er nog niet veel bekend over hoe het vermogen om prikkels adequaat te ontvangen en verwerken beïnvloedt word door een hersenletsel in deze groep. In het huidige onderzoek hebben we kinderen en adolescenten tussen 6 en 17 jaar, tot 6 maanden opgevolgd na een licht traumatisch hersenletsel. We willen onderzoeken of we veranderingen zien in hun prikkelverwerking en in hoeverre dit afwijkt van de scores van kinderen zonder hersenletsel.
    Contactpersoon: Marilien Marzolla (m.marzolla@maastrichtuniversity.nl)

  • Moe-i-teloos

    Moe-i-teloos

    Dit is een multicenterstudie, waarin we persoonlijke gegevens over vermoeidheid gedurende de dag combineren met wekelijkse behandelsessies om vermoeidheidsklachten te verminderen. Patiënten houden bij hoe moe ze zijn en welke activiteiten ze doen. Op basis van de rol die verschillende activiteiten en de tijd van de dag spelen bij de vermoeidheidsklachten, kunnen behandelaren een persoonlijk advies geven om vermoeidheid weer de baas te kunnen. In deze studie onderzoeken we of deze behandeling leidt tot een grotere afname van vermoeidheidsklachten maar ook tot een hogere mate van participatie, betere stemming en minder cognitieve klachten.
    Contactpersoon: Ela Lazeron-Savu (E.savu@maastrichtuniversity.nl)

  • De gevolgen van NAH op het denken, de emoties en het gedrag

    De gevolgen van NAH op het denken, de emoties en het gedrag

    Hersenletsel leidt vaak tot langdurige cognitieve, emotionele of gedragsmatige symptomen. Deze symptomen kunnen zorgen voor een verslechtering van het functioneren en bijvoorbeeld leiden tot problemen in het gezin of op het werk. In dit onderzoek kijken we naar de gevolgen van hersenletsel op het denken, de emoties en het gedrag, en naar de samenhang tussen deze gevolgen. Dit doen we door aan mensen met hersenletsel én hun partners te vragen hoe zij aankijken tegen de relaties tussen deze gevolgen. Daarnaast willen we in dit onderzoek nagaan of partners de zorg voor hun naaste met hersenletsel als meer belastend ervaren wanneer er een groter verschil is tussen hoe naasten en de persoon met het hersenletsel zelf aankijken tegen de (samenhang tussen) gevolgen van het letsel.
    Contactpersoon: Karen de Waele (k.waelede@ggzoostbrabant.nl)

  • Angsten onder ogen zien: exposure-therapie voor hersenschudding

    Angsten onder ogen zien: exposure-therapie voor hersenschudding

    In Nederland lopen 85.000 mensen per jaar een traumatisch hersenletsel op, waarvan de meerderheid als licht (hersenschudding) wordt beschouwd. De meeste patiënten herstellen na enkele weken of maanden, maar ongeveer een op de drie patiënten ervaart langdurige cognitieve, emotionele en somatische symptomen die het dagelijks leven en de maatschappelijke participatie verstoren. In dit project, onderzoeken we de effecten van exposure-therapie in een intens format. Tijdens exposure-therapie worden de verwachtingen van de patiënt over verwachte situaties of objecten op de proef gesteld door de gevreesde of vermeden activiteit onder veilige en gecontroleerde omstandigheden onder ogen te zien. Door herhaalde presentaties van de gevreesde of vermeden activiteit zonder dat de aversieve gevolgen optreden, leren patiënten dat de gevreesde of vermeden situatie niet schadelijk is. Verminder daarom symptomen en verbeter het psychisch welzijn.
    Contactpersoon: Skye King (s.king@maastrichtuniversity.nl)

  • Neurologische en neuropsychologische gevolgen van COVID-19

    Neurologische en neuropsychologische gevolgen van COVID-19

    Recent werd de wereld opgeschrikt door de uitbraak van een nieuwe infectieziekte: COVID-19. Ondanks dat deze nieuwe ziekte vooral een longaandoening is, zijn er steeds meer aanwijzingen dat ook de hersenen kunnen worden aangetast. Tijdens de ziekenhuisopnames werden bij sommige patiënten problemen met de cognitie (denkfunctie) geobserveerd, zoals verwardheid, geheugenstoornissen en aandachtsproblemen. Deze problemen werden mogelijk veroorzaakt door een verlaagde zuurstoftoevoer naar de hersenen, ontstekingsreacties, bloedstolsels, of een ontregelde stofwisseling door de infectie. Echter kunnen klachten ook door andere oorzaken ontstaan, bijvoorbeeld door een traumatische ervaring veroorzaakt door de ziekenhuisopname. In samenwerking met de Hersenstichting, het Amsterdam UMC en UMC Utrecht onderzoeken wij de aard en duur van klachten van COVID-19 patiënten die in het ziekenhuis opgenomen zijn geweest. Verder onderzoeken wij bij hoeveel patiënten deze klachten optreden, wie er gevoelig voor is en welke rol de hersenen daarbij spelen. Tot slot onderzoeken wij ook de gevolgen voor naasten, aangezien de ziekte en ziekenhuisopname tevens emotionele gevolgen kunnen hebben voor de partner of andere naasten.
    Contactpersoon: Caroline van Heugten (c.vanheugten@maastrichtuniversity.nl)

  • De rol van sociale cognitie in partnerrelaties na hersenletsel

    De rol van sociale cognitie in partnerrelaties na hersenletsel

    Sociale cognitieproblemen komen vaak voor na hersenletsel. Mensen met deze problemen hebben moeite met het begrijpen van de gedachten en gevoelens van anderen en kunnen hun eigen sociale gedrag daar moeilijk aan aanpassen. Onderliggende vaardigheden van sociale cognitie zijn bijvoorbeeld emotieherkenning en empathie. Binnen dit project onderzoeken we welke rol deze problemen spelen in partnerrelaties na hersenletsel. Eerder onderzoek laat zien dat koppels vaak minder tevreden zijn over hun relatie na hersenletsel en er zijn ook onderzoeken die erop duiden dat hersenletsel de kans op een relatiebreuk vergoot. Welke rol sociale cognitieproblemen hierin spelen is op dit moment nog niet goed duidelijk. Meer kennis over de factoren die van invloed zijn op partnerrelaties na hersenletsel is van groot belang omdat partners vaak belangrijke mantelzorgers zijn, waardevolle emotionele steun kunnen bieden en eenzaamheid kunnen tegengaan. Contactpersoon: Sophie Rijnen  (sjm.rijnen@ggzoostbrabant.nl)

  • Cognitie in het dagelijks leven

    Cognitie in het dagelijks leven

    Veel mensen hebben cognitieve problemen door hersenletsel of veroudering. We meten cognitief functioneren op veel verschillende manieren: stoornissen, problemen en klachten middels tests, observaties en vragenlijsten. We weten dat het meten van stoornissen middels neuropsychologische tests in een kunstmatige omgeving niet altijd voldoende inzicht geeft in het volledige cognitieve profiel van een patiënt. Er kunnen discrepanties bestaan tussen testprestaties en dagelijks functioneren. Ook het meten van cognitieve problemen bij het geven van opdrachten geeft geen compleet beeld van het cognitief functioneren in het dagelijks leven. Vragenlijsten gericht op subjectieve cognitieve klachten (in het dagelijks leven) zijn niet altijd bruikbaar vanwege een gebrek aan ziekte-inzicht; een veel voorkomend probleem bij mensen met cognitieve stoornissen. Daarnaast kan het zo zijn dat iemand veel klachten rapporteert terwijl het functioneren in het dagelijks leven niet veranderd of verminderd is, of juist andersom. Bovendien is niet elke persoon met hersenletsel, bijvoorbeeld tijdens een klinische opname, in staat tot het doen van tests, het uitvoeren van opdrachten of het invullen van vragenlijsten. Er is daarom behoefte aan een meetinstrument dat kan worden gebruikt om het niveau van cognitief functioneren in het dagelijks leven te kunnen bepalen.
    In samenwerking met de University of Glasgow hebben we op basis van literatuurstudie en twee expertmeetings een model (continuüm) geformuleerd en een aantal potentieel geschikte meetinstrumenten geïdentificeerd. Op basis van deze instrumenten hebben we een nieuw instrument ontwikkeld, de Cognition in Daily Life Scale (CDL). De inhoudsvaliditeit van de CDL werd positief beoordeeld door een internationaal expert panel. Vervolgens hebben we de constructvaliditeit, betrouwbaarheid, interne consistentie van de CDL onderzocht bij mensen met hersenletsel die opgenomen waren in een zorginstelling. Ook interviewden we zorgverleners over hun ervaringen met het gebruik van het instrument. De CDL werd valide en betrouwbaar bevonden voor gebruik bij klinisch opgenomen patiënten met hersenletsel. Lees meer over de resultaten van het onderzoek in onze factsheet
    Contactpersoon: Anne-Fleur Domensino (fleur.domensino@maastrichtuniversity.nl)

  • Medicijn voor cognitieve klachten na beroerte

    Medicijn voor cognitieve klachten na beroerte

    Na een beroerte ervaren veel mensen beperkingen in hun cognitief functioneren, zoals problemen met onthouden, concentreren en plannen. In het eerste jaar na de beroerte boeken mensen in de revalidatie de meeste vooruitgang. Vaak stopt de behandeling na een jaar. De focus ligt dan bij het leren omgaan met deze beperkingen en zich aanpassen aan de nieuwe situatie.  Onze onderzoeksgroep wil met een medicijn de hersenen helpen om ook na dat eerste jaar verder te herstellen. Dat medicijn is roflumilast, een ontstekingsremmer voor patiënten met de longziekte COPD. In eerder onderzoek verbeterde roflumilast al het geheugen van ouderen en patiënten met schizofrenie. De onderzoekers willen ontdekken of het medicijn ook helpt bij patiënten die een beroerte hebben gehad.
    Dit project wordt gesubsidieerd door de Hersenstichting.
    Contactpersoon: Jill Kerckhoffs (j.kerckhoffs@maastrichtuniversity.nl)

  • Cognitieve klachten na een hartstilstand

    Cognitieve klachten na een hartstilstand

    Mensen die het geluk hebben gehad een hartstilstand te overleven, komen er lang niet allemaal zonder kleerscheuren vanaf. Doordat het hart stopt met bloed te pompen naar de hersenen, kunnen deze beschadigd raken door een zuurstoftekort. Als gevolg hiervan krijgen deze mensen vaak last van cognitieve problemen. Dit betekent bijvoorbeeld dat je meer moeite hebt met de aandacht erbij te houden, vaker dingen vergeet, of het overzicht sneller verliest. Door verschillende technieken te combineren, hopen we een innovatieve interventie te ontwikkelen, die een positief verschil maakt voor mensen die leven met cognitieve klachten na een hartstilstand.  
    Contactpersoon: Pauline van Gils (c.vangils@maastrichtuniversity.nl)

  • Casemanagement na hersenletsel

    Casemanagement na hersenletsel

    Uit een eerder onderzoek van het EHL is gebleken dat mensen met hersenletsel behoefte hebben aan een vast aanspreekpunt die antwoord kan geven op hun vragen en hen kan helpen bij het vinden van de juiste zorg. Dit is met name van belang in de eerste fase nadat het hersenletsel is opgelopen. Daarom onderzoeken wij casemanagement bij hersenletsel. Gedurende twee jaar volgt een casemanager hoe het gaat met mensen die een hersenletsel hebben opgelopen, vanaf het ontslag uit het ziekenhuis. Zij bieden begeleiding of leiden toe naar de juiste zorg wanneer dat nodig is. Ook is de casemanager bereikbaar voor (hulp)vragen. We onderzoeken of mensen die casemanagement krijgen zich op de lange termijn beter te voelen en beter functioneren dan mensen die geen casemanager hebben gekregen.
    Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met Stichting In-Tussen en Hogeschool Windesheim met een subsidie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Kijk voor meer informatie over het project en het projectteam op www.casemanagerhersenletsel.nl. Contactpersoon: Caroline van Heugten (c.vanheugten@maastrichtuniversity.nl)

  • Behandeling met EMDR van posttraumatische stress stoornis bij hersenletsel

    Behandeling met EMDR van posttraumatische stress stoornis bij hersenletsel

    Ongeveer 14-23% van de patiënten met hersenletsel heeft ook een posttraumatische stress stoornis (PTSS). Patiënten met PTSS hebben een lagere kwaliteit van leven en herstellen minder goed van het hersenletsel dan patiënten die dit niet hebben. Op dit moment wordt PTSS nog vaak over het hoofd gezien in de klinische praktijk, doordat verschijnselen van PTSS overlappen met die van het hersenletsel. Denk bijvoorbeeld aan slaapproblemen, verhoogde prikkelbaarheid en problemen in de aandacht. Het is van belang om PTSS te herkennen zodat er behandeling kan plaatsvinden. EMDR, Eye Movement Desensitization and Reprocessing, is een effectieve behandeling voor PTSS die in Nederland veel wordt toegepast. Maar er is nog weinig bekend over de behandeling van PTSS in de doelgroep van patiënten met hersenletsel. 
    De afdeling niet-aangeboren hersenletsel van Huize Padua GGZ Oost Brabant onderzoekt in samenwerking met het Expertisecentrum Hersenletsel Limburg de effectiviteit en toepasbaarheid van EMDR op PTSS bij patiënten met hersenletsel. Deze studie zal 6 patiënten van de polikliniek in Boekel includeren die de behandeling doorlopen. De patiënten vullen voor, tijdens en na het onderzoek dagelijks een korte vragenlijst in op hun smartphone. Daarnaast worden er nog andere vragenlijsten en neuropsychologische taken afgenomen.
    Contactpersoon: Ellen Janssen, GZ-psycholoog in opleiding tot klinisch neuropsycholoog, NAH Huize Padua, GGZ Oost Brabant (epj.janssen@ggzoostbrabant.nl)

  • Implementatie van de ABC-methode bij gedragsproblemen na hersenletsel: effecten en procesevaluatie

    Implementatie van de ABC-methode bij gedragsproblemen na hersenletsel: effecten en procesevaluatie

    Gedragsproblemen komen vaak voor na hersenletsel en hebben een grote impact op de cliënt, zijn familie en de zorgverleners. De ABC-methode is een gedragstherapeutische methode die speciaal ontwikkeld is voor verzorgenden en verpleegkundigen. De letters ABC staan voor Antecedent (wat gaat er aan het probleemgedrag vooraf), Behaviour (het probleemgedrag) en Consequence (wat is de reactie van de persoon of de omgeving op het probleemgedrag). Met de ABC-methode krijgen verzorgenden en verpleegkundigen handvatten om systematisch met probleemgedrag aan de slag te gaan en het probleemgedrag te verminderen. In samenwerking met het Expertisecentrum Hersenletsel Limburg onderzoeken we de effectiviteit van de ABC-methode bij cliënten met hersenletsel. In eerdere studies zagen we dat het voor verpleegkundige teams moeilijk is om een nieuwe methodiek écht goed eigen te maken, wat de resultaten heeft beïnvloed. Om deze reden is een vervolgstudie gestart, waar nog meer aandacht is besteed aan de implementatie van de ABC-methode en het proces van implementeren wordt geëvalueerd. Met deze studie willen we onderzoeken wat het effect is van het werken met de ABC-methode op het verpleegkundig team. Hierbij kijken we bijvoorbeeld naar de ervaren controle over het probleemgedrag. Daarnaast onderzoeken we het effect van de ABC-methode op het probleemgedrag van de cliënt. De dataverzameling is afgerond en we zijn bezig met de analyse van de data.
    Contactpersoon: Climmy Pouwels (climmy.pouwels@dezorggroep.nl).

  • Symptoomvaliditeit en hersenletsel

    Symptoomvaliditeit en hersenletsel

    Patiënten met licht tot matig ernstig hersenletsel kunnen er lang klachten en symptomen houden zoals een zwakke concentratie, geheugenproblemen of aanhoudende hoofdpijnklachten. Bij neuropsychologisch onderzoek laat een deel van deze patiënten zeer ernstige uitval zien, waarbij de scores op test voor geheugen en aandacht heel veel lager zijn dan op grond van de ernst van het hersenletsel zou worden verwacht. Dit wordt onderpresteren genoemd. Ook zijn de scores op vragenlijsten naar klachten en symptomen soms sterk verhoogd; op een niveau dat je alleen verwacht bij zeer ernstige hersenletsel. In dat geval spreken we van overrapporteren. Een andere term voor zowel onderpresteren als overrapporten is ‘verstoorde symptoomvaliditeit’. Het is bekend dat verstoorde symptoomvaliditeit veel te maken heeft met het niet altijd juist beeld dat patiënten hebben van hun ziekte en de gevolgen daarvan (verstoorde ziekteperceptie). Patiënten met verstoorde symptoomvaliditeit blijven veel langer klachten houden en maken veel meer gebruik van de zorgvoorziening dan verwacht. In dit project wordt door diverse onderzoekers gekeken naar het voorkomen van verstoorde symptoomvaliditeit in relatie tot het gebruik van zorgvoorzieningen (Jeroen Roor, ziekenhuis VieCuri Venlo; Brechje Dandachi-FitzGerald), de relatie tussen stemming, persoonlijkheid en verstoorde symptoomvaliditeit (Marlies van der Wijk, ziekenhuis VieCuri Venlo) en hoe je onjuiste ziektepercepties moet bespreken en behandelen bij patiënten met verstoorde symptoomvaliditeit (Peter Smits, revalidatiekliniek Sint Maartenskliniek, Nijmegen).
    Contactpersoon: Peter Smits (P.Smits@maartenskliniek.nl)

  • Acceptance and Commitment Therapy bij hersenletsel

    Acceptance and Commitment Therapy bij hersenletsel 

    In Nederland worden jaarlijks 130.000 mensen getroffen door een beroerte of een (onge)val met hersenletsel tot gevolg. Een op de drie getroffenen wordt somber of angstig als gevolg van zo’n incident. Daarom gaan we met dit project een redelijk nieuwe psychologische behandeling onderzoeken, namelijk Acceptance and Commitment Therapy (ACT; je spreekt het uit als het Engelse woord ‘act’). Tijdens ACT krijgt de patiënt handvatten aangereikt om te leren omgaan met de veelal blijvende gevolgen van het hersenletsel. De nadruk ligt op acceptatie en het leren om een veranderd leven te leiden zonder continue te vechten tegen dat wat verloren is gegaan.
    Contactpersoon: Caroline van Heugten (c.vanheugten@maastrichtuniversity.nl)

  • Landelijke Minimale Dataset Niet-Aangeboren Hersenletsel (MDS-NAH)

    Landelijke Minimale Dataset Niet-Aangeboren Hersenletsel (MDS-NAH)

    Onderzoek naar de langetermijngevolgen van NAH zorgt voor een veelheid aan data. Door het brede spectrum aan beschikbare meetinstrumenten ontbreekt echter uniformiteit. In dit project is een NAH-specifieke Minimale Dataset (MDS-NAH) ontwikkeld die een basis biedt voor landelijke dataverzameling bij volwassenen met NAH. Het project maakt deel uit van het in 2017 opgezette NAH-Kennisnetwerk en is gesubsidieerd door ZonMw. De MDS-NAH zal samen met dit kennisnetwerk ervoor zorgen dat mensen in het vakgebied dezelfde taal spreken, dat gegevens beter vergeleken kunnen worden en dat samenwerking wordt bevorderd. Dit hebben we gedaan middels de volgende stappen:

    1. Literatuuronderzoek naar vergelijkbare initiatieven
    2. Opstellen van randvoorwaarden waaraan meetinstrumenten in de MDS-NAH moeten voldoen
    3. Uitvoering van een Delphi-procedure rondom de invulling van de MDS-NAH
    4. Vormgeven conceptversie MDS-NAH
    5. Feasibility-onderzoek naar het gebruik van de MDS-NAH in de praktijk
    6. Ontwikkeling modules MDS-NAH

    De MDS-NAH is aangepast aan de hand van de gegevens uit het feasibility-onderzoek. Middels een tweede Delphi-onderzoek onder experts zijn er twee extra modules ontwikkeld; de proxy-module en de naastemodule. De proxy-module bestaat uit vragen over de persoon met hersenletsel en wordt ingevuld door iemand die deze persoon goed kent. De naastemodule bevat vragen over kenmerken van de naaste(n) van de persoon met hersenletsel en diens belasting en belastbaarheid.

    De definitieve MDS-NAH is te vinden onder het kopje ‘producten’. Om de afname van de MDS-NAH nog makkelijker te maken hebben we een digitale tool ontwikkeld. Ook deze vindt u op onze productpagina. Beide producten zijn gratis toegankelijk.

    Na het ontwikkelen van de MDS-NAH hebben we deze ingezet in een cross-sectioneel onderzoek onder mensen met hersenletsel in Nederland en werd gebruikt voor het meten van de langetermijngevolgen van ernstig hersenletsel. Ook wordt de MDS-NAH ingezet in de projecten in het ‘Gewoon Bijzonder’ programma van ZonMw. Deze data worden vervolgens samengebracht in een centrale database en beschikbaar gesteld voor toekomstig onderzoek. Contactpersoon: Anne-Fleur Domensino (fleur.domensino@maastrichtuniversity.nl)

  • Vermoeidheid en slaapklachten

    Vermoeidheid en slaapklachten

    Vermoeidheid en slaapklachten komen vaak voor na matig tot ernstig traumatisch hersenletsel en belemmeren het dagelijks functioneren en het herstel. Met dit onderzoek willen we kijken naar welke factoren een rol spelen bij deze langdurige klachten. De factoren die we gaan onderzoeken passen in het biopsychosociaal model wat betekent dat we niet alleen naar factoren gerelateerd aan het hersenletsel kijken (biologisch) maar ook naar hoe de persoon met de klachten omgaat (psychologisch) en hoe de omgeving daarop reageert (sociaal). Als we een beter idee hebben waar deze slaap en vermoeidheid klachten vandaan komen kunnen we deze ook beter behandelen.
    Contactpersoon: Caroline van Heugten (c.vanheugten@maastrichtuniversity.nl)

  • Aanhoudende klachten na hersenschudding

    Aanhoudende klachten na hersenschudding

    De meeste mensen die een hersenschudding oplopen door een val of ongeval herstellen snel. Dit lukt echter niet iedereen. Waarom lopen sommigen vast? Hoe kunnen we hen het beste helpen? Het doel van dit onderzoek is om deze vragen te beantwoorden. Op basis van de resultaten zullen we onder andere een behandeling gaan ontwikkelen zodat deze mensen hopelijk weer sneller met tevredenheid hun dagelijkse bezigheden kunnen oppakken.
    Contactpersoon: Caroline van Heugten (c.vanheugten@maastrichtuniversity.nl)

  • Relaties tussen gevolgen van hersenletsel: een netwerkbenadering

    Relaties tussen gevolgen van hersenletsel: een netwerkbenadering 

     Hersenletsel leidt vaak tot een plotselinge verslechtering van het functioneren. Cognitieve, emotionele en gedragsmatige symptomen komen veelvuldig voor en kunnen leiden tot bijvoorbeeld problemen in het gezin of op het werk. In dit onderzoek kijken we naar de gevolgen van hersenletsel op het denken, de emoties en het gedrag, en naar wat deze gevolgen met elkaar te maken hebben. Dit doen we door aan mensen met hersenletsel én hun partners te vragen hoe zij aankijken tussen de relaties tussen deze gevolgen. Daarnaast willen we in dit onderzoek nagaan of partners het zorgen voor hun naaste met hersenletsel als meer belastend ervaren wanneer er een groter verschil is tussen hoe naasten en de persoon met hersenletsel aankijken tegen de (samenhang tussen) gevolgen van het letsel.
    Contactpersoon: Sophie Rijnen (sjm.rijnen@ggzoostbrabant.nl)

  • Implementatie van de VZK (Voorbijganger-Zoeker-Klant) methode bij zorgprofessionals die werken met mensen met NAH en verminderd ziekte-inzicht: effecten en procesevaluatie

    Implementatie van de VZK (Voorbijganger-Zoeker-Klant) methode bij zorgprofessionals die werken met mensen met NAH en verminderd ziekte-inzicht: effecten en procesevaluatie

    Verminderd ziekteinzicht komt vaak voor bij mensen met hersenletsel. Het zorgt ervoor dat problemen die ontstaan zijn door het hersenletsel niet of niet goed worden begrepen door de persoon met hersenletsel. Daardoor is de bereidheid om aan de problemen te werken ook verminderd. Hierdoor bestaat de kans dat behandelingen geen of minder effect hebben en dat adviezen worden genegeerd. Dit heeft doorgaans een grote impact op het leven van de personen met hersenletsel en dat van hun naasten. Om meer grip te krijgen op ziekte-inzicht is door onze projectgroep in een eerder project de SADL-3 (Self-Awareness in Daily Life, 3 niveaus van inzicht) ontworpen, een instrument om op verschillende levensgebieden te bepalen wat de mate van inzicht is. Met de SADL-3 kunnen personen met hersenletsel ingedeeld worden in drie typen (voorbijganger, zoeker en klant). De projectgroep heeft diverse interventies (VZKmethode) beschreven die mogelijk van invloed zijn en waarmee een hulpverlener aan de slag kan gaan. Er zijn interventies gericht op ieder niveau van inzicht. In het huidige project wordt in samenwerking met Arno Prinsen en professionals in NAH o.a. onderzocht of training in deze interventies bij zorgprofessionals leidt tot een verhoogd gevoel van competentie in het werken met cliënten met verminderd ziekte-inzicht en tot een verandering in het ziekte-inzicht van de cliënt.
    Contactpersoon: Ieke Winkens (i.winkens@maastrichtuniversity.nl)

  • Diagnostische waarde van de MoCA bij kinderen en jongeren met NAH

    Diagnostische waarde van de MoCA bij kinderen en jongeren met NAH

    Kinderen en jongeren die hersenletsel hebben opgelopen ondervinden vaak cognitieve problemen. Vanwege de interferentie van deze problemen in het dagelijks leven is het belangrijk om cognitieve stoornissen in een vroeg stadium op te sporen. Er kan vervolgens bepaald worden of een uitgebreid neuropsychologisch onderzoek nodig is en er kunnen behandeladviezen gegeven worden. In Nederland is er nog geen valide cognitief screeningsinstrument voor deze doelgroep beschikbaar. In dit multicenter onderzoek wordt de diagnostische waarde van de MoCA (Montreal Cognitive Assessment) onderzocht bij kinderen en jongeren met niet aangeboren hersenletsel in de leeftijd van 12 t/m 17 jaar.
    Contactpersoon: Femke Dings (femke.dings@mumc.nl)

  • Acceptatie en Commitment Therapie voor kinderen met NAH

    Acceptatie en Commitment Therapie voor kinderen met NAH

    Traumatisch hersenletsel (TBI) is wereldwijd de meest voorkomende oorzaak van invaliditeit bij kinderen. Jaarlijks bedraagt ​​de prevalentie van TBI bij kinderen in Nederland 12.000-14.000. Zowel kinderen met ernstig hersenletsel als kinderen met mild hersenletsel kunnen langdurige (psychologische en/of cognitieve) klachten ondervinden na zo’n incident. In dit project gaan we de effectiviteit van een nieuwe psychologische behandeling onderzoeken voor deze doelgroep, namelijk Acceptatie en Commitment Therapie (ACT; je spreekt het uit als ‘act’, niet A-C-T). Met ACT creeër je psychologische flexibiliteit, dat wil zeggen dat je leert dat het niet erg is dat er dingen veranderd zijn in je leven als je maar blijft doen wat voor jou belangrijk is.
    Contactpersoon: Lianne van den Broek (lianne.vandenbroek@maastrichtuniversity.nl)

  • Real-life cognitie na hersenletsel

    Real-life cognitie na hersenletsel

    Hersenletsel kan leiden tot beperkingen in verschillende levensgebieden, waarvan cognitieve stoornissen (zoals geheugen- of aandachtsstoornissen) het meest voorkomend en ingrijpend zijn, bijvoorbeeld bij terugkeer naar werk. Het meten van cognitieve stoornissen middels neuropsychologische tests geeft een goed beeld van de cognitive vaardigheden van een patiënt (waar iemand optimaal toe in staat is). Met deze informatie kan een profiel van cognitieve sterktes en zwaktes worden opgesteld. Cognitieve vaardigheden kunnen echter worden beïnvloed door persoonlijke factoren, zoals vermoeidheid of stemmingsproblemen, en omgevingsfactoren. Hierdoor kan de cognitieve capaciteit (wat je op dit moment kunt) gedurende de dag fluctueren. In dit project doen we onderzoek naar fluctuaties in het cognitief functioneren gedurdende de dag en factoren die bepalend zijn voor cognitieve capaciteit na hersenletsel. We gebruiken hiervoor de Experience Sampling Method (ESM), een methode waarmee middels een smartphone app meermaals per dag gemeten kan worden. Gedurende een week beantwoorden deelnemers zeven keer per dag een aantal vragen over hun stemming, vermoeidheid, en omgeving. Ook maken ze een korte cognitieve test. Deze gegevens gebruiken we vervolgens om verbanden tussen persoonlijke factoren, omgeving en cognitie te kunnen onderzoeken. Met de resultaten van het onderzoek hopen we revalidatiebehandelingen beter af te kunnen stemmen op individuele patiënten door factoren aan te pakken die bijdragen aan fluctuaties in het cognitief functioneren gedurende de dag.
    Contactpersoon: Anne-Fleur Domensino (fleur.domensino@maastrichtuniversity.nl)

  • BreinACT bij hersenschudding

    In Nederland lopen jaarlijks veel mensen een hersenschudding (commotio cerebri) op als gevolg van een klap op het hoofd, bijvoorbeeld door een val of een ongeluk. Een deel van deze mensen ontwikkelt in de maanden na de hersenschudding langdurige cognitieve klachten (zoals concentratie- of geheugenproblemen), fysieke klachten (bijvoorbeeld hoofdpijn of vermoeidheid), of emotionele (angst of somberheid) klachten. Deze klachten kunnen gepaard gaan met een hoge emotionele lijdensdruk en verminderde kwaliteit van leven. Er bestaat tot nu toe geen bewezen effectieve behandeling voor deze langdurige klachten. Er zijn aanwijzingen dat Acceptance en Commitment Therapy, ACT, een psychologische behandeling die effectief is bevonden bij andere klachten, ook effectief zou kunnen zijn bij langdurige klachten na een hersenschudding. In dit onderzoek bekijken we of dat zo is. Tijdens ACT leren mensen op een andere manier omgaan met klachten, vervelende gedachten en gevoelens. Dit zorgt ervoor dat mensen weer kunnen investeren in wat er echt belangrijk en waardevol is in hun leven.
    Contactpersoon: Jolein Manders (joleinmanders@viecuri.nl)

  • 14-weekse exposuretherapie bij een hersenschudding

    In Nederland lopen jaarlijks 85.000 mensen een traumatisch hersenletsel op, waarvan de meerderheid wordt beschouwd als licht. Dit wordt ook wel hersenschudding genoemd. De meeste patiënten herstellen binnen enkele weken tot maanden, maar ongeveer een op de drie ervaart langdurige cognitieve, emotionele en lichamelijke klachten die het dagelijks leven en deelname aan de maatschappij belemmeren. In dit project onderzoeken we de effecten van een 14-weekse exposuretherapie. Tijdens deze therapie worden de verwachtingen van de patiënt over bepaalde situaties of objecten op de proef gesteld door de gevreesde of vermeden activiteit onder veilige en gecontroleerde omstandigheden aan te gaan. Door herhaaldelijke blootstelling aan deze activiteit, zonder dat de verwachte negatieve gevolgen optreden, leren patiënten dat de gevreesde of vermeden situatie niet schadelijk is. We verwachten dat dit leidt tot verbetering van het functioneren en het psychisch welbevinden.
    Contactpersoon: Gisela Claessens (gclaessens@viecuri.nl)

  • Persoonsfactoren en aanhoudende klachten na hersenschudding

    Wereldwijd worden jaarlijks 60 miljoen mensen getroffen door traumatisch hersenletsel, waarvan 80-95% een hersenschudding betreft. Bij de meeste mensen is er binnen de eerste drie maanden na een hersenschudding sprake van een snel en volledig herstel. Een deel van de mensen die een hersenschudding heeft gehad ervaart blijvende klachten, zoals hoofdpijn, duizeligheid, concentratieproblemen en vermoeidheid, wat ook wel het post-commotioneel syndroom (PCS) wordt genoemd. Naast biologische factoren blijken ook psychologische- en sociale factoren van invloed op het ontstaan en het voortduren van deze klachten (biopsychosociaal model). Een van dergelijke biopsychosociale modellen is het vreesvermijdingsmodel,. Dit model impliceert dat de ernst van de symptomen niet noodzakelijkerwijs het gevolg is van de ernst van het letsel, maar eerder het gevolg is van catastroferende (angstige) gedachten over de eerste symptomen, wat resulteert in angst en overmatig vermijdingsgedrag, waardoor  de eerste symptomen op de lange termijn verergeren. Uit eerder onderzoek is gebleken dat dit model  de aanhoudende klachten na een hersenschudding kan verklaren. Het is echter onduidelijk wat ervoor zorgt dat sommige mensen na een hersenschudding de neiging hebben om te catastroferen, terwijl anderen dat niet doen. Om dit beter te begrijpen wordt onderzoek gedaan naar persoonsfactoren die mogelijk verband kunnen houden met catastroferen na een hersenschudding en of deze persoonsfactoren ook samenhangen met angst, vermijding en inactiviteit dan wel stemmingsproblemen.
    Contactpersoon: Sascha Wetzels-Meertens (onderzoekhersenschudding@zuyderland.nl)

  • Real-life overprikkeling na hersenletsel

    Overprikkeling is een frequente uitdaging na niet-aangeboren hersenletsel, maar er is weinig kennis over factoren die zorgen voor zintuiglijke belasting. Om hier meer inzicht in te krijgen gebruiken we de Experience Sampling Method (ESM), een methode waarmee middels een smartphone app meermaals per dag gegevens verzameld kunnen worden. Gedurende een week beantwoorden deelnemers zeven keer per dag een aantal vragen over allerlei factoren, zoals hoeveel last ze op dat moment ondervinden van prikkels, waar en met wie ze zijn, hoe ze zich voelen en hoe vermoeid ze zijn, onder andere. Ook maken ze een korte cognitieve test. Vervolgens gaan we de verbanden tussen deze factoren onderzoeken. Hiermee hopen we een duidelijker beeld te krijgen van hoe overprikkeling doorheen de dag ervaren wordt en welke factoren hier een rol in spelen, om zo de ontwikkeling van behandelingen te ondersteunen. 
    Contactpersoon: Marilien Marzolla (m.marzolla@maastrichtuniversity.nl)

     

  • Mindfulness na hersenletsel

    Mindfulness is een wetenschappelijk onderbouwde aandachtstraining die helpt om met milde aandacht in het moment aanwezig te zijn. Hoewel mindfulness breed wordt ingezet en wordt aanbevolen in nationale richtlijnen voor neurologische aandoeningen, ontbreekt er een vrij beschikbaar trainingsprotocol dat is afgestemd op de cognitieve, energetische en communicatieve behoeften van mensen met hersenletsel. Dit project ontwikkelt, samen met experts en ervaringsdeskundigen, een op maat gemaakte Mindfulness-Based Interventie (MBI) voor mensen met NAH. Op basis van literatuuronderzoek, praktijkinventarisaties en focusgroepen wordt een behandelprotocol ontworpen dat aansluit bij de unieke behoeften van deze doelgroep. Daarna wordt dit protocol getoetst in kleine groepen. Het doel is om het Nederlandstalige zorgveld te voorzien van een inzetbaar behandelprotocol met specifieke evidence-based aanpassingen voor mensen met hersenletsel. Zo willen we bijdragen aan meer continuïteit, kwaliteit en samenhang in de psychologische zorg en revalidatie na hersenletsel.
    Contactpersoon: Nora Tuts (nora.tuts@maastrichtuniversity.nl)

Sluit de enquête