Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

EHL-blog: Hersenkronkels

Met de Trein door het brein

We kunnen het functioneren van de hersenen steeds beter in kaart brengen door de vele technologische ontwikkelingen van de afgelopen decennia. We weten nu dat het brein een complex netwerk is, zoals het spoorwegnet. In de hersenen zijn knooppunten (stations) waartussen informatie uitgewisseld wordt via verbindingen (sporen). Ieder mens gaat anders om met de mogelijkheden van dat netwerk (zowel trein als brein) en de storingen die op kunnen treden. Dat geldt voor de treinreiziger net zo goed als voor de persoon met hersenletsel. Reizen met de trein lijkt best veel op de levensreis die mensen maken na het oplopen van hersenletsel met blijvende gevolgen.

Trein

Een herseninfarct of -bloeding is dan ook vergelijkbaar met een treinstoring. Hoeveel last je ervan ondervindt, hangt af van waar in het netwerk de storing plaatsvindt en hoe groot de storing is en hoe lang deze duurt. Als de storing rondom station Utrecht Centraal optreedt, heeft dat gevolgen voor het hele spoorwegnet. Hetzelfde geldt voor schade aan een van de grote centrale bloedvaten in de hersenen. Als de storing echter optreedt op een afgelegen stukje spoor, hebben alleen de reizigers die juist daarheen willen daar last van. Daarom kan het voorkomen dat mensen geen of nauwelijks gevolgen ervaren van kleine schade in bepaalde kleine gebieden van de hersenen. En als de storing snel kan worden opgelost – als de patiënt direct in het ziekenhuis kan worden behandeld – blijven de gevolgen voor de (trein of brein) reiziger beperkt.

Als je weleens met de trein reist, weet je dat ieder mens anders omgaat met storingen. De een wacht rustig af tot er een oplossing komt, de ander wordt boos op de NS en weer iemand anders gaat om hulp vragen om toch te komen waar die wil zijn. Deze verschillen in coping (omgaan met stressvolle situaties) tussen mensen zien we ook na het krijgen van een hersenletsel. Het is daarom van belang om stil te staan bij de wijze waarop je met stressvolle situaties omgaat en of, maar ook hoe, anderen je kunnen helpen om toch je doelen te behalen, oftewel op je eindbestemming te komen.

Tot slot is het van belang hoe de omgeving omgaat met die verstoringen. Ik vind het zelf altijd heel prettig als de NS informatie geeft over de reden van de storing, hoe lang het gaat duren en of ik nog wel op tijd op mijn afspraak kom. Maar soms weten de NS-medewerkers dat niet. Ook dat is niet anders na een hersenletsel: zorgprofessionals kunnen helaas niet op individueel niveau voorspellen waar je uit gaat komen na herstel en revalidatie, maar je mag er wel vanuit gaan dat ze hun best doen om je daar te krijgen waar je graag naartoe wilt.

Hoe lastig de storingen op het spoor en in de hersenen ook zijn, er zijn altijd manieren om verder te reizen, soms op een andere manier en soms naar een andere, maar misschien ook fijne, eindbestemming.

Caroline van Heugten

Caroline van Heugten is hoofd van het Expertisecentrum Hersenletsel Limburg en hoogleraar neuropsychologie aan Maastricht University

 

 

Sluit de enquête