Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

EHL-blog: Hersenkronkels

“Ik snap niet waarom je niet gewoon doet wat ik zeg”

Omgaan met verminderd ziekte-inzicht na hersenletsel

Daar zit je weer, op het toilet, te kijken naar dat laatste snippertje papier dat nog aan de rol kleeft. Alweer. Dit is nu al de zoveelste keer en jullie hebben het al vaak genoeg besproken. Je stormt na je toiletbezoek de woonkamer in waar je huisgenoot op de bank zit en roept: “waarom hang je niet gewoon een nieuwe wc-rol op?!” Je huisgenoot is zich van geen kwaad bewust. Je legt verder uit: “Zat ik daar weer zonder papier, ik snap niet waarom je dat niet gewoon doet!”. Je huisgenoot voelt zich aangevallen en gaat met de hakken in het zand: “Je kunt het toch zelf even pakken, wat is je probleem? Laat me met rust”.

wcpapier

Hersenletsel kan leiden tot verminderd ziekte-inzicht. Mensen met verminderd ziekte-inzicht zien zelf geen probleem en hebben vaak geen behoefte aan verandering of revalidatiebehandeling. Dat is geen onwil, of in ieder geval niet altijd.  Verminderd ziekte-inzicht kan leiden tot grote frustraties bij naasten, maar ook bij de behandelaar. Hoe gaat een behandelaar om met iemand die niet wil?

Revalidatie gaat in principe om gedragsverandering en daar zijn drie belangrijke elementen voor nodig. De revalidant moet 1) zelf ervaren dat er een probleem is en weten dat er ook alternatieven zijn; 2) de discipline hebben om dit gedrag te veranderen, eigen gewoontes te onderdrukken en sociale druk te weerstaan; en 3) zien dat het probleem bij zichzelf ligt en dit niet op iets of iemand anders schuiven. Voor mensen met verminderd ziekte-inzicht zijn punten 1 en 3 echter vaak een probleem.

Een behandelaar die voelt dat de revalidant niet wil veranderen kan vastlopen in het gesprek. Wat bij iemand met verminderd ziekte-inzicht niet lijkt te werken is diegene te ‘motiveren tot’ verandering. De spanning is vaak al te voelen, en confronteren leidt dan tot nog meer frustratie en weerstand. In plaats van te ‘motiveren tot’ kan de behandelaar op zoek gaan naar de ‘motieven van’ die persoon, bijvoorbeeld door te vragen of diegene zelf weleens zonder toiletpapier op het toilet heeft gezeten en hoe dat voor diegene was. Zo houdt de behandelaar het gesprek gaande om daarna te kunnen werken aan het eerste en derde element van gedragsverandering. Op deze manier geeft de behandelaar de ruimte voor de beleving van de revalidant, en vergroot de kans dat diegene zelf gaat zien dat er een probleem is en dat die er zelf wat aan kan (en vooral wil) doen.

Deze manier van omgaan met verminderd ziekt-inzicht is gebaseerd op het ‘Socratisch motiveren’, waarbij de behandelaar vooral in gesprek blijft met de revalidant. Door het oefenen van taken en het leren over de gevolgen van hersenletsel kan iemand zelf ervaren wat er veranderd is. Wij onderzoeken momenteel of deze nieuwe behandeling helpt het ziekte-inzicht van mensen met hersenletsel te vergroten en de uitkomsten van revalidatie te verbeteren.

Dus zit jij komende week weer gefrustreerd op het toilet omdat er geen papier is? Storm dan niet direct boos het toilet uit maar zet je huisgenoot aan het denken en geef je huisgenoot ruimte om zelf te gaan veranderen. Wie weet hangt de nieuwe wc-rol er de volgende keer dan wel.

Anneke & Ieke

Anneke Terneusen (links) is promovendus bij het Expertisecentrum Hersenletsel Limburg (Maastricht University). Zij doet onderzoek naar inzicht bij mensen met en zonder hersenletsel.

Ieke Winkens (rechts) is universitair docent en senior onderzoeker bij het Expertisecentrum Hersenletsel Limburg (Maastricht University). Zij onderzoekt hoe variabelen zoals ziekte-inzicht van invloed zijn op herstel na een hersenletsel.

Sluit de enquête