Wetenschappelijk onderzoek

Projecten

Hersenschudding

De meeste mensen die een hersenschudding oplopen door een val of ongeval herstellen snel. Dit lukt echter niet iedereen. Waarom lopen sommigen vast? Hoe kunnen we hen het beste helpen? Het doel van dit onderzoek is om deze vragen te beantwoorden. Op basis van de resultaten zullen we onder andere een behandeling gaan ontwikkelen zodat deze mensen hopelijk weer sneller met tevredenheid hun dagelijkse bezigheden kunnen oppakken.
Contactpersoon: Melloney Wijenberg (m.wijenberg@maastrichtuniversity.nl)

Gedachtes over cognitieve klachten

Iedereen vergeet wel eens wat, heeft moeite om zich ergens op te concentreren, maakt foutjes of voelt zich soms moe. Dat worden ook wel cognitieve klachten genoemd. Mensen kunnen verschillend over deze klachten denken. We zijn benieuwd of deze gedachtes invloed hebben op de ervaring en gevolgen van cognitieve klachten. De resultaten zullen helpen bij het ontwikkelen van behandelingen voor mensen bij wie cognitieve klachten het dagelijks leven negatief beïnvloeden.
Contactpersoon: Melloney Wijenberg (m.wijenberg@maastrichtuniversity.nl)

Vermoeidheid na hersenletsel

Vermoeidheid is een van de meest frequente en vaak langdurige klachten na hersenletsel. Toch is er nog weinig over geweten: Hoe komt het dat de ene persoon na een hersenletsel jarenlang vermoeidheidsklachten ervaart en de andere niet, terwijl zij anatomisch hetzelfde letsel hebben? Met een nieuwe methode, Experience Sampling, willen wij een beter inzicht in deze klachten verwerven. Door mensen via een applicatie op hun smartphone meermaals per dag een aantal vragen te stellen, krijgen we een beter inzicht in hoe vermoeidheid zich toont doorheen de dag, en met welke factoren (stemming, fysieke activiteit, ...) dit samenhangt. Het resultaat van deze methode is een veel gedetailleerder, gevarieerder, en vooral correcter beeld van de klachten die mensen ervaren. Dit opent de weg naar een beter begrip van vermoeidheid na hersenletsel, en naar betere, gepersonaliseerde interventie.
Contactpersoon: Bert Lenaert (bert.lenaert@maastrichtuniversity.nl)

Zorggebruik

Lang niet alle patiënten die met hersenletsel naar het ziekenhuis gaan, worden daarna nog voor controle opgeroepen. Dit komt voornamelijk voor bij patiënten met lichtere vormen van hersenletsel, terwijl zij nog wel klachten kunnen ervaren voor een langere tijd. Dit kan ertoe leiden dat zij niet de zorg krijgen die ze nodig hebben. In mijn onderzoek kijk ik bij patiënten met licht tot matig hersenletsel of ze zorg krijgen, welke zorg ze krijgen, wat de kosten van de zorg zijn en wat het effect van de zorg op de gezondheidstoestand van de patiënten is.
Contactpersoon: Daan Verberne (d.verberne@maastrichtuniversity.nl)

Zorgbehoeften

Niemand weet beter waar iemand met een hersenletsel behoefte aan heeft dan de persoon met hersenletsel zelf. De zorg is echter van oudsher gebaseerd op wat hulpverleners denken dat er nodig is. Daarom onderzoek ik wat volgens mensen met hersenletsel nu al goed gaat in de zorg, maar ook wat er kan worden verbeterd en wat er nog ontbreekt. Met die informatie willen we de zorg verbeteren, zodat mensen zoveel mogelijk kunnen leven op de manier zoals ze dat zouden willen, ondanks de gevolgen van het hersenletsel.
Contactpersoon: Annemarie Stiekema (annemarie.stiekema@maastrichtuniversity.nl)

Neurocognitieve klachten bij een hersentumor

Mensen met een laaggradig glioom (een bepaald type hersentumor) hebben een voor hersentumoren relatief gunstige prognose wat betreft het aantal levensjaren. De tumor en/of de behandeling van de tumor kunnen echter voor schade in de hersenen zorgen. Daardoor ervaren veel mensen bijvoorbeeld problemen met aandacht, geheugen, plannen, emoties of gedrag, wat zijn weerslag heeft op het dagelijks leven. In de praktijk wordt daar nog weinig aandacht aan besteed. Momenteel zijn we bezig met het opzetten van een onderzoek waarbij we zullen nagaan of mensen baat hebben bij informatie over veelvoorkomende veranderingen in combinatie met een screening van de veranderingen die zij zelf ervaren, met de mogelijkheid tot doorverwijzing naar een neuropsycholoog voor begeleiding om met deze veranderingen om te gaan in het dagelijks leven.
Contactpersoon: Annemarie Stiekema (annemarie.stiekema@maastrichtuniversity.nl)

Vermoeidheid en slaapklachten

Vermoeidheid en slaapklachten komen vaak voor na matig tot ernstig traumatisch hersenletsel en belemmeren het dagelijks functioneren en het herstel. Met dit onderzoek willen we kijken naar welke factoren een rol spelen bij deze langdurige klachten. De factoren die we gaan onderzoeken passen in het biopsychosociaal model wat betekent dat we niet alleen naar factoren gerelateerd aan het hersenletsel kijken (biologisch) maar ook naar hoe de persoon met de klachten omgaat (psychologisch) en hoe de omgeving daarop reageert (sociaal). Als we een beter idee hebben waar deze slaap en vermoeidheid klachten vandaan komen kunnen we deze ook beter behandelen.
Contactpersoon: Jessica Bruijel (jessica.bruijel@maastrichtuniversity.nl)

Landelijke Minimale Dataset Niet-Aangeboren Hersenletsel (MDS-NAH)

Onderzoek naar de langetermijngevolgen van hersenletsel zorgt voor een veelheid aan data. Door het brede spectrum aan beschikbare meetinstrumenten ontbreekt echter uniformiteit. In dit project zal een minimale dataset ontwikkeld worden die een basis biedt voor landelijke dataverzameling bij volwassenen met hersenletsel. De dataset zal verschillende domeinen omvatten en zal zo helpen om de belangrijkste gegevens van patiënten met hersenletsel te verzamelen in een zo compact mogelijke vorm. Op deze manier spreken mensen in het vakgebied straks meer dezelfde taal, kunnen gegevens beter vergeleken worden en wordt samenwerking bevorderd. De data die de set zal gaan opleveren geven inzicht in karakteristieken en zorgbehoeften van de populatie in verschillende zorgsectoren. Deze informatie kunnen we vervolgens weer gebruiken voor het verbeteren van de zorg voor mensen met hersenletsel.
Contactpersoon: Anne-Fleur Domensino (fleur.domensino@maastrichtuniversity.nl)

Acceptance and Commitment Therapy bij hersenletsel 

In Nederland worden jaarlijks 130.000 mensen getroffen door een beroerte of een (onge)val met hersenletsel tot gevolg. Een op de drie getroffenen wordt somber of angstig als gevolg van zo’n incident. Daarom gaan we met dit project een redelijk nieuwe psychologische behandeling onderzoeken, namelijk Acceptance and Commitment Therapy (ACT; je spreekt het uit als het Engelse woord ‘act’). Tijdens ACT krijgt de patiënt handvatten aangereikt om te leren omgaan met de veelal blijvende gevolgen van het hersenletsel. De nadruk ligt op acceptatie en het leren om een veranderd leven te leiden zonder continue te vechten tegen dat wat verloren is gegaan.
Contactpersoon: Johanne Rauwenhoff (johanne.rauwenhoff@maastrichtuniversity.nl)

Verminderd ziekte-inzicht en defensieve coping

Verminderd inzicht in eigen beperkingen en mogelijkheden is een veelvoorkomend gevolg van hersenletsel. In de klinische praktijk komen twee typen patiënten met verminderd inzicht na hersenletsel voor. Sommige patiënten overschatten hun vaardigheden en mogelijkheden. Dit is mogelijk een direct gevolg van de onderliggende neurologische schade als gevolg van het hersenletsel. In dit geval spreken we van ‘verminderd ziekte-inzicht’. Andere patiënten ontkennen of negeren (bewust of onbewust) hun beperkingen, om zichzelf te beschermen tegen emotionele stress. Dit is mogelijk het gevolg van een onderliggend psychologisch mechanisme. In dat geval spreken we van ’denial’ of defensieve coping. Op het eerste oog presenteren deze twee typen patiënten zich op een vergelijkbare manier. Voor een optimale (revalidatie)behandeling is het echter van belang deze twee typen patiënten van elkaar te onderscheiden. Want behandelingen die effectief zijn bij mensen die zichzelf overschatten vanwege ‘verminderd ziekte-inzicht ’, zijn niet of minder effectief voor mensen die hun beperkingen onderschatten vanwege defensieve coping. In dit project onderzoeken we hoe we deze twee typen patiënten in de praktijk op een betrouwbare manier van elkaar kunnen onderscheiden.
Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met Adelante Zorggroep en Libra Audiologie & Revalidatie. 
Contactpersoon: Ieke Winkens (i.winkens@maastrichtuniversity.nl)

Behandeling van verminderd ziekte-inzicht

De opbrengsten van revalidatiebehandeling na hersenletsel kunnen worden beperkt door een (onbewust) gebrek aan toewijding van de patiënt aan het revalidatieproces. Vaak is dit te wijten aan een gebrek aan ziekte-inzicht, waarbij patiënten hun stoornissen en beperkingen niet herkennen en daardoor ook niet of maar beperkt gemotiveerd zijn om een intensieve training of behandeling te ondergaan. Mede daardoor zijn de revalidatie-uitkomsten in termen van terugkeer naar werk, onafhankelijk functioneren, stemming, sociale participatie en kwaliteit van leven voor deze groep patiënten ongunstig. In samenwerking met het behandelteam Hersenletsel van Adelante hebben wij een nieuwe behandeling ontwikkeld om het ziekte-inzicht van mensen met hersenletsel te verbeteren. In dit project voeren wij een groot multicenter onderzoek uit waarin de effecten van deze nieuwe behandeling vergeleken worden met de effecten van reguliere zorg.
Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met Adelante Zorggroep en verschillende andere revalidatiecentra in Nederland.
Contactpersoon: Ieke Winkens (i.winkens@maastrichtuniversity.nl)

Symptoomvaliditeit en hersenletsel

Patiënten met licht tot matig ernstig hersenletsel kunnen er lang klachten en symptomen houden zoals een zwakke concentratie, geheugenproblemen of aanhoudende hoofdpijnklachten. Bij neuropsychologisch onderzoek laat een deel van deze patiënten zeer ernstige uitval zien, waarbij de scores op test voor geheugen en aandacht heel veel lager zijn dan op grond van de ernst van het hersenletsel zou worden verwacht. Dit wordt onderpresteren genoemd. Ook zijn de scores op vragenlijsten naar klachten en symptomen soms sterk verhoogd; op een niveau dat je alleen verwacht bij zeer ernstige hersenletsel. In dat geval spreken we van overrapporteren. Een andere term voor zowel onderpresteren als overrapporten is ‘verstoorde symptoomvaliditeit’. Het is bekend dat verstoorde symptoomvaliditeit veel te maken heeft met het niet altijd juist beeld dat patiënten hebben van hun ziekte en de gevolgen daarvan (verstoorde ziekteperceptie). Patiënten met verstoorde symptoomvaliditeit blijven veel langer klachten houden en maken veel meer gebruik van de zorgvoorziening dan verwacht. In dit project wordt door diverse onderzoekers gekeken naar het voorkomen van verstoorde symptoomvaliditeit in relatie tot het gebruik van zorgvoorzieningen (Jeroen Roor, ziekenhuis VieCuri Venlo; Brechje Dandachi-FitzGerald), de relatie tussen stemming, persoonlijkheid en verstoorde symptoomvaliditeit (Marlies van der Wijk, ziekenhuis VieCuri Venlo) en hoe je onjuiste ziektepercepties moet bespreken en behandelen bij patiënten met verstoorde symptoomvaliditeit (Peter Smits, revalidatiekliniek Sint Maartenskliniek, Nijmegen).
Contactpersoon: Rudolf Ponds (r.ponds@maastrichtuniversity.nl)

Implementatie van de ABC-methode bij gedragsproblemen na hersenletsel: effecten en procesevaluatie

Gedragsproblemen komen vaak voor na hersenletsel en hebben een grote impact op de cliënt, zijn familie en de zorgverleners. De ABC-methode is een gedragstherapeutische methode die speciaal ontwikkeld is voor verzorgenden en verpleegkundigen. De letters ABC staan voor Antecedent (wat gaat er aan het probleemgedrag vooraf), Behaviour (het probleemgedrag) en Consequence (wat is de reactie van de persoon of de omgeving op het probleemgedrag). Met de ABC-methode krijgen verzorgenden en verpleegkundigen handvatten om systematisch met probleemgedrag aan de slag te gaan en het probleemgedrag te verminderen. De afdeling niet-aangeboren hersenletsel van Huize Padua onderzoekt in samenwerking met het Expertisecentrum Hersenletsel Limburg de effectiviteit van de ABC-methode bij cliënten met hersenletsel. In eerdere studies zagen we dat het voor verpleegkundige teams moeilijk is om een nieuwe methodiek écht goed eigen te maken, wat de resultaten heeft beïnvloed. Om deze reden is een vervolgstudie gestart, waar nog meer aandacht is besteed aan de implementatie van de ABC-methode en het proces van implementeren wordt geëvalueerd. Met deze studie willen we onderzoeken wat het effect is van het werken met de ABC-methode op het verpleegkundig team. Hierbij kijken we bijvoorbeeld naar de ervaren controle over het probleemgedrag. Daarnaast onderzoeken we het effect van de ABC-methode op het probleemgedrag van de cliënt. De dataverzameling zal begin 2018 worden afgerond. Daarna kunnen we de data gaan analyseren.
Contactpersoon: Climmy Pouwels, klinisch neuropsycholoog, NAH Huize Padua, GGZ Oost Brabant (cgjg.pouwels@ggzoostbrabant.nl)
 

Behandeling met EMDR van posttraumatische stress stoornis bij hersenletsel

Ongeveer 14-23% van de patiënten met hersenletsel heeft ook een posttraumatische stress stoornis (PTSS). Patiënten met PTSS hebben een lagere kwaliteit van leven en herstellen minder goed van het hersenletsel dan patiënten die dit niet hebben. Op dit moment wordt PTSS nog vaak over het hoofd gezien in de klinische praktijk, doordat verschijnselen van PTSS overlappen met die van het hersenletsel. Denk bijvoorbeeld aan slaapproblemen, verhoogde prikkelbaarheid en problemen in de aandacht. Het is van belang om PTSS te herkennen zodat er behandeling kan plaatsvinden. EMDR, Eye Movement Desensitization and Reprocessing, is een effectieve behandeling voor PTSS die in Nederland veel wordt toegepast. Maar er is nog weinig bekend over de behandeling van PTSS in de doelgroep van patiënten met hersenletsel. 
De afdeling niet-aangeboren hersenletsel van Huize Padua GGZ Oost Brabant onderzoekt in samenwerking met het Expertisecentrum Hersenletsel Limburg de effectiviteit en toepasbaarheid van EMDR op PTSS bij patiënten met hersenletsel. Deze studie zal 6 patiënten van de polikliniek in Boekel includeren die de behandeling doorlopen. De patiënten vullen voor, tijdens en na het onderzoek dagelijks een korte vragenlijst in op hun smartphone. Daarnaast worden er nog andere vragenlijsten en neuropsychologische taken afgenomen. De inclusie start in 2018.  
Contactpersoon: Ellen Janssen, GZ-psycholoog in opleiding tot klinisch neuropsycholoog, NAH Huize Padua, GGZ Oost Brabant (epj.janssen@ggzoostbrabant.nl)
 

Activiteiten en participatie na een hersenschudding bij kinderen

De meeste kinderen herstellen gelukkig goed na een hersenschudding. Helaas zijn er ook kinderen die wel klachten overhouden, zoals fysieke, cognitieve, emotionele en/of gedragsmatige klachten. Deze klachten kunnen ervoor zorgen dat een kind minder goed mee kan doen aan activiteiten die hij of zij voorheen wel altijd deed, op school of in de sociale omgang. Om problemen op het gebied van activiteiten en participatie op lange termijn te kunnen voorkomen, is het belangrijk om te weten welke kinderen met een hersenschudding het meeste risico lopen om deze klachten te krijgen en welke factoren problemen op dit gebied voorspellen. Als bekend is welke kinderen het meeste risico lopen om problemen aan een hersenschudding over te houden, dan is het volgende doel om deze problemen op de lange termijn te voorkomen. Het Brains Ahead! onderzoek bekijkt het effect van een nieuwe psycho-educatieve interventie voor deze doelgroep.
Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met Revant Revalidatiecentrum Breda en met Erasmus MC – Sophia Kinderziekenhuis afdeling Kinderneurologie in Nederland. Daarnaast zijn diverse ziekenhuizen betrokken bij de uitvoer van dit onderzoek. Voor meer informatie over Brains Ahead! Zie: www.brainsahead.nl
Contactpersoon: Irene Renaud (irene.renaud@maastrichtuniversity.nl)

Cognitieve training voor kinderen en jongeren

Kinderen en jongeren met hersenletsel hebben vaak moeite met concentreren, dingen onthouden en controleren van gedrag. Dit kan ervoor zorgen dat zij ook moeite hebben met meedoen thuis, op school en in de maatschappij (participeren), en dat zij een verminderde kwaliteit van leven hebben. Helaas zijn er nog weinig bewezen-effectieve behandelmethoden beschikbaar. Een behandelmethode die goed aansluit bij de belevingswereld van kinderen en jongeren, is serious gaming. Met serious gaming trainen kinderen en jongeren spelenderwijs hun denkfuncties met een speciaal hiervoor ontwikkeld computerspel. Met strategietraining krijgen kinderen tips welke denkstappen (strategieën) zij kunnen gebruiken om hoog te scoren in de games, en worden deze strategieën in verband gebracht met het dagelijks leven van het kind. In het BrainLevel onderzoek bekijken we of het combineren van serious gaming met strategietraining werkt om denkfuncties, maar ook participatie en kwaliteit van leven, van kinderen en jongeren met hersenletsel te verbeteren.
Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met acht revalidatiecentra en special scholen in Nederland: Adelante Zorggroep, Brein Support, Heliomare, Hoogstraat Revalidatie, Libra Audiologie & Revalidatie, Merem, Revant, Sophia Revalidatie
Contactpersoon: Christine Resch (christine.resch@maastrichtuniversity.nl)

Ga toch weg!? De behandeling van ziekte-inzicht bij hersenletsel

Verminderd ziekte-inzicht komt vaak  voor bij mensen met hersenletsel. Dit heeft doorgaans een grote impact op hun leven en dat van hun naasten. Verminderd ziekte-inzicht zorgt ervoor dat problemen die ontstaan zijn door het hersenletsel niet of niet goed worden begrepen. Daardoor is de bereidheid om aan de problemen te werken ook verminderd. Hierdoor bestaat de kans dat behandelingen geen of minder effect hebben en dat adviezen worden genegeerd. Om meer grip te krijgen op ziekte-inzicht is de SADL-3 (Self-Awareness in Daily Life, 3 niveaus van inzicht) ontworpen, een instrument om op verschillende levensgebieden te bepalen wat de mate van inzicht is. Dit instrument is ontworpen voor hulpverleners die regelmatig contact hebben met cliënten die verminderd ziekte-inzicht hebben. De hulpverleners kunnen begeleiders, verpleegkundigen, verzorgers of jobcoaches zijn. De volgende stap in het onderzoek is hoe hulpverleners kunnen aansluiten bij de belevingswereld van de cliënten met verminderd inzicht om vervolgens invloed te kunnen hebben op het verhogen van het inzicht van de cliënten. Hiervoor zijn diverse interventies beschreven. Onderzocht gaat worden hoe hulpverleners deze interventies effectief kunnen toepassen, of hiermee aangesloten kan worden op de belevingswereld en vervolgens of dat effect heeft op het vergroten van het inzicht van cliënten.
Contactpersonen: Ieke Winkens (i.winkens@maastrichtuniversity.nl) en Arno Prinsen (info@arnoprinsen.nl)